Gewoon stoppen met je medicatie, makkelijk toch?

Niet dus.

Medicatie voor psychische klachten kan leiden tot lichamelijke of geestelijke gewenning. Dit geldt ook voor sterke pijnstillers en anti-epileptica.
Zomaar stoppen gaat meestal niet: lichaam en geest kunnen dan ernstig ontregeld raken. Daarom raden experts aan deze medicijnen langzaam en verantwoord af te bouwen.
Lagere doseringen van het middel kunnen nodig zijn om langzaam te kunnen afbouwen. Daarbij is professionele begeleiding belangrijk.

Om welke middelen gaat het?

De middelen die problemen geven bij het afbouwen zijn psychofarmaca, pijnstillers en anti-epileptica. Het gaat om medicijnen zoals antidepressiva, antipsychotica,  slaap- en kalmeringsmiddelen, pijnmedicatie en anti-epileptica. Een volledig overzicht vind u hier.

Wat zijn ontrekkingsverschijnselen?

In de praktijk kan het moeilijk zijn om te stoppen met de medicatie die beschreven hierboven beschreven staat. Indien patiënten dit niet in overleg doen met de behandelaar, te snel afbouwen of de klachten die kunnen ontstaan negeren kan dan kunnen mensen hevige ontrekkingsverschijnselen[1] krijgen, zoals slaap problemen, angst- of depressieve gevoelens, gedragsverandering, of zelfs agressief gedrag of suïcide.

De meest voorkomende onttrekkingsverschijnselen bij SSRI’s en SNRI’s (antidepressiva) zijn duizeligheid, misselijkheid, lethargie, tremor, anorexie en hoofdpijn.

Onttrekkingsverschijnselen kunnen worden ingedeeld in 8 groepen, te weten:

  • Griepachtige verschijnselen zoals hoofdpijn, lethargie, zweten, rillingen, moeheid, eetlustvermindering, spierpijn
  • Slaapstoornissen zoals slecht inslapen en nachtmerries
  • Gastro-intestinale symptomen zoals misselijkheid, braken, diarree en anorexie
  • Evenwichtsproblemen zoals duizeligheid en coördinatiestoornissen
  • Sensorische symptomen zoals sensaties van elektrische schokken, paresthesieën en pallinopsie (het lang aanhouden van nabeelden)
  • Psychische klachten zoals angst, somberheid en prikkelbaarheid/irritatie of het optreden van (hypo-)manie (ontremming)
  • Extrapiramidale verschijnselen zoals bewegingsstoornissen en tremoren
  • Overige verschijnselen zoals cognitieve stoornissen en hartritmestoornissen
    (Multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’, 2018).

Wat is afbouwmedicatie?

Sommige mensen kunnen afbouwen met de bestaande doseringen. Anderen krijgen klachten bij het afbouwen. Deze laatste groep heeft lagere doseringen nodig dan de laagste sterkte van geregistreerde medicatie die de apotheek levert.
Afbouwmedicatie is dezelfde medicatie die de patiënt op dit moment gebruikt, maar dan in kleinere doseringen zodat de patiënt langzaam en geleidelijk kan afbouwen.
Momenteel zijn er twee vormen van afbouwmedicatie beschikbaar:

  1. Afbouwmedicatie in vaste vorm (tabletten, capsules enzovoorts). Deze medicatie wordt bereid door een apotheek, dit wordt magistrale bereiding genoemd. Deze vorm van afbouwmedicatie is dezelfde medicatie waarmee de patiënt bekend is maar dan in kleinere doseringen zodat er langzaam en geleidelijk afgebouwd kan worden. Op dit moment is er maar één apotheek die deze afbouwmedicatie (lagere doseringen) levert. Dit is de Regenboog Apotheek in Bavel. Deze leveren het onder de merknaam ‘Taperingstrips’. Een taperingstrip is hetzelfde als een baxterrol. Deze vorm van verpakking van medicatie wordt onder andere ook in de psychiatrie en de ouderenzorg gebruikt om mensen hun dagelijkse medicatie te geven.
    Let op: de verpakking die de Regenboog Apotheek in Bavel gebruikt voor de afbouwmedicatie wordt niet in rekening gebracht.
  2. Vloeibare afbouwmedicatie. Er bestaat voor sommige medicatie vloeibare afbouwmedicatie. Deze medicatie kan verschil in dosis geven waardoor de makers van het Multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’ het gebruik hiervan afraden. Wij raden daarom het gebruik hiervan af. Wilt u toch gebruik maken van vloeibare afbouwmedicatie overleg dit met de huisarts of Apotheker en zorg dat u goed bent ingelicht over de ‘gevaren’ en de consequenties die het verschil in dosis kan geven.

    “Het risico op doseerfouten bij het gebruik van een vloeibare toedieningsvorm is groter dan bij het gebruik van een vaste toedieningsvorm, zeker als de benodigde dosering laag is. Bovendien correleert het aantal milligrammen niet met het aantal milliliters dat afgemeten dient te worden [CMR-alert 2006, Ryu 2012, Santen-Reestman 2015]. Ook kan de biologische beschikbaarheid van druppelvloeistof anders zijn dan voor tabletten (zie o.a. SPC citalopram). De werkgroep ziet daarom belangrijke risico’s bij het afbouwen met behulp van vloeibare toedieningsvormen.“
    (Multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’, 2018).

[1] Onttrekkingsverschijnselen zijn de lichamelijke en/of psychische verschijnselen die op kunnen treden na staken of een te snelle dosisreductie van een middel (Groot, 2014)