Apeldoorn, 4 februari 2026

De lange wachtlijst voor psychotherapie voor mensen met angststoornissen, maakt dat we bang zijn dat onze indruk dat er tijdens ’t wachten al gestart wordt met medicatie (benzodiazepines en antidepressiva) klopt.

Het zou voor de hand liggen dat alle energie en geld gestoken wordt om die wachtlijsten te bekorten om medicatie-gebruik zo mogelijk te voorkomen!

Want die medicatie is niet ideaal; zo laten dokters en patiënten ons weten.

Benzodiazepines en Antidepressiva

Bij het opbouwen van antidepressiva zien we vaak dat cliënten een tranquillizer, zoals lorazepam, krijgen voorgeschreven om de initiële bijwerkingen te onderdrukken. Dit leidt echter tot een complexe situatie waarin cliënten lang worstelen om gewend te raken aan de medicatie, terwijl de opbouwverschijnselen de angst juist kunnen verergeren.’   (artikel)

Hiermee worden nog slechts 2 ‘angsten’ benoemd.

1. Angst waartegen benzo’s voorgeschreven worden

2. Angst als opbouwverschijnsel van een antidepressivum (bij angst meestal een SSRI zoals citalopram)

Want deze ‘angsten’ kunnen ook optreden:

3. Angst bij het weer afbouwen van de benzo als de SSRI geacht wordt tegen de angst te werken

4. Angst die terugkeert ondanks SSRI

5. Angst als SSRI wordt afgebouwd/geswitcht naar andere SSRI

 

Psychiaters op congressen vertellen ons dat ze grijze haren krijgen van de ingewikkeldheid van bovenstaande.

Wij zien het ook terug in de vele e-mails die we ontvangen en de vragen op het eSpreekuur van Psychosenet.

Wat we zo ongelooflijk jammer en eigenlijk onbegrijpelijk vinden is dat er onrealistisch en gesimplificeerd over wordt geschreven in bijv. richtlijnen. 

Neem…

  •  ‘ … zo nodig kortdurende additie(=toevoeging. PD) (bijvoorbeeld max. 2 weken) van een benzodiazepine kan de patiënt ondersteunen de behandeling vol te houden.’   richtlijn ‘Angst’)

Kortdurend!  Terwijl we weten dat de opbouwklachten, dus ook de angst, wel 6 weken of langer kunnen duren! We krijgen dan ook e-mails van patiënten die moeten stoppen met hun ‘overbruggingsbenzo’, maar dat niet kunnen vanwege de angst en andere klachten. Of de SSRI intussen helpt?

  • Bij te snel afbouwen of stoppen van een antidepressivum kunnen onthoudingsverschijnselen optreden, die kunnen lijken op de symptomen van de angststoornis, zoals angst, gespannenheid, duizeligheid en tremoren, maar ook paresthesieën, prikkelbaarheid, slaapstoornissen en gastro-intestinale verschijnselen worden gemeld. Deze onthoudingsverschijnselen dienen onderscheiden te worden van die van een recidief van de angststoornis, dat vaak niet direct, maar pas na enige weken tot maanden optreedt. Bij ontwenningsverschijnselen is het beleid: uitleg geven en expectatief, zonodig de afbouw iets vertragen; bij een recidief van de stoornis is het beleid: weer terug naar die dosering waarop er geen verschijnselen van de aandoening bestonden en langer doorbehandelen

Als toch éven de moeite genomen was de talloze bronnen (facebook, internetfora, internationale literatuur etc.) te raadplegen, was duidelijker geworden dat nuancering op z’n plaats zou zijn.

Want wat weten en zien we:

– juist de SSRI’s (citalopram, fluoxetine) die aanbevolen worden geven vaak ‘late-onset’-onttrekkingsklachten. Vaak na een aantal weken.

– óók na verder vlekkeloze reductie t/m 0 mg. Hoe bepaal je dan de dosering waarnaar terug gegaan moet worden?

– hoe houd je ’t verhaal van een recidief staand als iemand eerder 20 mg citalopram nodig had tegen de angststoornis en bij een ‘recidief’ met

5% (= 1 mg) uitkomt?   (Proefdosis volgens Maudsley Deprescribing Guidelines)

 

Nee; ook wij hebben de wijsheid niet in pacht, maar het hardnekkig achterblijven in meenemen ervaringskennis gaat steeds meer schuren.

Niet in het belang van patiënten, dokters en naasten.

Pauline Dinkelberg, voorzitter VAM

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *