Afbouwen op maat of volgens rigide schema? De Vereniging Afbouwmedicatie slaat alarm over het tegenhouden van een open debat over afbouwmedicatie.

De Vereniging Afbouwmedicatie slaat alarm over het tegenhouden van een open debat over afbouwmedicatie in het wetenschappelijke tijdschrift  Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).

In september 2018 werd het Multidisciplinair Document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’ gelanceerd (MD).

Tot stand gebracht door 4 partijen; waaronder de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, vertegenwoordigd door psychiater dhr. Ruhe.

De teneur van dit document is; afbouwen dient op maat van de patient te gebeuren. Echter; op 21 februari jl. werd een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG)geplaatst van de hand van psychiater Ruhe, waarin dat essentiele maatwerk plots beperkt blijkt tot de keuze uit een bepaald schema (tabel 3).

Aangezien zo’n beperking niet conform het MD is en rechtstreeks nadelig kan zijn voor de mogelijkheden van de patient om verantwoord te kunnen afbouwen, is er door Jim van Os en Peter Groot een reactie geschreven op genoemd artikel. Deze reactie is geplaatst, maar op 24 februari jl. weer verwijderd.

Dit kan uiteraard niet onbesproken blijven en u kunt  lezen hoe zij hierop reageerden.

Dit document bevat commentaar op de reactie1 die dr. Eric Ruhé, Voorzitter van de Multidisciplinaire Werkgroep afbouw SSRI’s en SNRI’s, na verschijning van het artikel ‘Het afbouwen van SSRI’s en SNRI’s’2 op de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) heeft geplaatst.

Dat we dit commentaar op de website van de Verenging Afbouwmedicatie plaatsen is omdat het NTvG ons hiervoor geen ruimte wilde bieden. Ons commentaar werd in eerste instantie op 21 februari wel geplaatst maar werd op 24 februari weer verwijderd. Als reden werd gegeven dat het niet de bedoeling is dat reacties op de website langer dan 600 woorden zijn. Wat we konden doen was onze reactie inkorten of een artikel indienen dat dan na beoordeling in het NTvG kon worden gepubliceerd. Beide opties waren voor ons niet acceptabel.

De belangrijke discussie over verantwoord afbouwen van antidepressiva (en andere medicijnen die onttrekkingsverschijnselen kunnen veroorzaken) en de vergoeding van de afbouwmedicatie die dat inmiddels praktisch mogelijk maakt kan alleen goed worden gevoerd als verschillende partijen hierover open en eerlijk met elkaar in gesprek willen en kunnen gaan. Daar is geen sprake van als de ene partij wel alle ruimte krijgt om een standpunt naar buiten te brengen en de andere niet.

Wat hierna volgt is onze volledige reactie op het commentaar van Ruhé zoals die door ons bij het NTvG was ingeleverd. Ons commentaar in het NTvG zelf en de reactie van Ruhé op de website van het NTvG zijn aan het eind van dit document als bijlage toegevoegd.

Druk hier voor de link naar de volledige reactie.

Amsterdam, 26 februari 2020,  Pauline Dinkelberg, voorzitter Vereniging Afbouwmedicatie

Vereniging Afbouwmedicatie op de Huishoudbeurs

23 februari 2020

De huishoudbeurs; voor veel mensen een onverwachte plek om onze vereniging te treffen.

Maar we kijken inmiddels terug op 2 zeer geslaagde beursdagen met veel belangstelling voor onze stand. Vandaag, zondag, onmoetten we opvallend veel zorgprofessionals, die te maken krijgen met problemen van hun patiënten bij het afbouwen. Velen van hen hebben nog nooit van afbouwmedicatie gehoord en nemen enthousiast informatie mee om er op hun werkplek over te kunnen vertellen.

De Huishoudbeurs duurt nog tot en met zondag 1 maart. We hopen u er te zien!

Mensen die tijdens de beurs lid worden van onze vereniging krijgen een paar relaxsokken met ons logo of een afbouw-dagboek met veel praktische info cadeau. Dit aanbod geldt ook voor de ‘thuisblijvers’ die via de website lid worden. Zij krijgen het cadeau naar keuze thuisgestuurd.

Een impressie van onze stand;

Friese huisartsen helpen gebruik pijnstillers met 40 % omlaag te brengen

Friese huisartsen helpen gebruik pijnstillers met 40 procent omlaag te brengen

Samen met de huisartsen heeft ziekenhuis Tjongerschans in de regio Heerenveen het gebruik van verslavende pijnstillers binnen een jaar met 40 procent naar beneden gekregen, zo bericht de Leeuwarder Courant.

Volgens de betrokken zorgverleners was de omslag nog vrij simpel ook; ze kijken strenger naar de uitgifte van pillen en poeders en geven minder grote hoeveelheden mee naar huis.

Anesthesiologen en ziekenhuisapothekers gingen om tafel na een alarmerend bericht in De Volkskrant in de zomer van 2018. Het artikel beschreef de groeiende verslaving aan opiaten; zware pijnstillers met een sterk verdovende werking. De bekendste zijn morfine en oxycodon. Tussen 2008 en 2018 nam het aantal gebruikers van oxycodon in Nederland toe van 93.000 tot 485.000. Het gebruik van zware pijnstillers bij apotheekhoudende huisartsen bleek overigens beperkt te zijn.

Makkelijk verkrijgbaar
Een middel als oxycodon werd in het Heerenveense ziekenhuis ,,eigenlijk best gemakkelijk voorgeschreven’’. ,,Mensen liggen tegenwoordig maar kort in het ziekenhuis en we roepen graag dat niemand pijn hoeft te lijden. Na een operatie kregen patiënten bijna standaard voor twee weken pijnmedicatie mee naar huis.’’
Dat gaat tegenwoordig anders. Per individu wordt het benodigde aantal dagen voorgeschreven. Ook apothekers zijn minder royaal geworden. Als een patiënt een half stripje nodig heeft gaven ze vrijwel standaard een vol doosje. Nu niet meer. ,,We zitten daar beter bovenop.’’ Verder is er gekeken naar de manier van plaatselijk verdoven bij bijvoorbeeld knie- en schouderoperaties. Dat kan pijnklachten na afloop verminderen.

Geen tijd voor vergadering
Het project startte formeel in november 2018. In januari van dit jaar werd de reductie van 40 procent bereikt. Bijkomend voordeel is een forse besparing op de zorgkosten. ,,Dat is natuurlijk een mooie bijvangst.’’
Ook opvallend: de omslag kostte amper vergadertijd. De nieuwe werkwijze werd ingevoerd na een handvol praktische sessies tussen huisartsen, apothekers en anesthesiologen..

Reacties

Een heel mooi resultaat! Ben benieuwd waar die 40% reductie in zit. Als ik het artikel goed begrijp is dat met name aan de ‘voorkant’; bij het minder en minder lang voorschrijven.
Nu nog de patiënten helpen die ooit te veel opioiden meekregen en er verslaafd aan raakten.
Het afbouwen is vaak een taaie kwestie, ook omdat het verminderen m.b.v. de geregistreerde sterktes te grote stappen kan opleveren. Volgens het Amerikaanse CDC is dosireductie van 10% per week of per maand
of nog langzamer voor veel patiënten nodig. Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn er lagere doseringen beschikbaar . Voor meer informatie; https://www.verenigingafbouwmedicatie.nl
Pauline Dinkelberg

Aanvullende informatie:
Het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik heeft in oktober 2019, in opdracht van het ministerie van VWS, de website www.opiaten.nl gelanceerd. Zie:’Materiaal voor afbouwen’
Daar valt te lezen dat afbouwen van opioiden, vooral na langdurig gebruik, vaak langzaam dient te gebeuren. De publicaties van het CDC en HHS in de Verenigde Staten worden daarbij genoemd.
De FDA liet vorig jaar een waarschuwing uitgaan dat onttrekkingsverschijnselen bij het afbouwen van opioiden zeer ernstig kunnen zijn en vermindering van de doseringen vaak langzaam en op geleide van de klachten van de patiënt dient te gaan.
Referenties:
  1. Groot, P. C., & van Os, J. (2020). Tackling rising numbers of opioid prescriptions users. The Lancet Public Health, 5(1), e16. This is an Open Access article under the CC BY 4.0 license.
    https://www.thelancet.com/journals/lanpub/article/PIIS2468-2667(19)30247-6/fulltext .
  2. FDA Drug Safety Communication
    FDA identifies harm reported from sudden discontinuation of opioid pain medicines and requires label changes to guide prescribers on gradual, individualized tapering.

Minister Bruins liegt wederom over rol Zorginstituut Nederland

Minister Bruins liegt wederom over rol Zorginstituut Nederland

Reactie op Kamervragen (kenmerk 1638878-201016-GMT)

Op 17-1-2020 heeft dhr. van Gerven (SP) Kamervragen gesteld aan minister Bruins over de
(vermoedelijke) vooringenomenheid van het Zorginstituut Nederland (ZIN) en hun rol bij de
rechtszaak van de Vereniging Afbouwmedicatie tegen VGZ.
We kunnen helaas niets anders concluderen dan dat de minister wederom zelf liegt tegen de Kamer.

In een eerdere zaak kwam al aan het licht dat minister Bruins voorgelogen werd door Zilveren Kruis
en dat de minister de incorrecte informatie willens en wetens doorstuurde naar de Kamer. De
minister heeft dus ervaring met het verkeerd informeren van de Kamer. (zaaknummer 200.254.628
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden)

Helaas bleef het niet bij dit ‘incident’. Uit een ander WOB-onderzoek is naar voren gekomen dat het
ZIN actief betrokken is bij het niet vergoeden van de afbouwmedicatie.

Allereerst stelt de minister in zijn antwoord op vraag 2: “Zorgverzekeraars ondersteunen dit
document. Omdat partijen het eens zijn over de vergoeding van afbouwmedicatie, is er voor het
Zorginstituut geen reden om een standpunt in te nemen”.
De minister weet dat dit een pertinente leugen is anders zouden er geen rechtszaken, SKGZ-procedures, klachtentrajecten lopen tegen zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars doen juist niet wat er in het Multidisciplinair Document staat. Het enige dat de minister probeert te doen is de boot afhouden en de kou uit de lucht te halen door te stellen ‘dat alles ok is’.

Het feit dat het ZIN geen standpunt zou hoeven innemen is dan ook strijdig met hetgeen ZIN zelf
verklaard heeft. ZIN heeft verklaard dat zij een standpunt in zullen nemen als blijkt dat er nog steeds
onduidelijkheid zou zijn na het Multidisciplinair Document. In de reactie van ZIN (kenmerk
2018041926) en (Position Paper aan de Vaste Commissie VWS 20-6-2019) is gesteld dat: “Het is primair aan de zorgverzekeraars om te bepalen of zorg aan de criteria voldoet en daarmee voor vergoeding uit het basispakket in aanmerking komt. Bij onduidelijkheid over de precieze inhoud van het basispakket kan het Zorginstituut een standpunt innemen over welke zorg tot het basispakket
behoort.”

Er staat inmiddels al ruim anderhalf jaar vast dat er onduidelijkheid is en dit betekent dat het ZIN een standpunt in zou moeten nemen. Dit weigert zij omdat dit tot volledige vergoeding zou leiden.
In tegenstelling tot hetgeen ZIN (en minister Bruins) zelf communiceert wordt er juist actief hulp
geboden aan zorgverzekeraars om de afbouwmedicatie niet te vergoeden. Advocaat van het ZIN
(Karin Siemeling) bespreekt zelf intern de hulp aan VGZ.

Waar het ZIN objectieve beoordelingen zou moeten uitvoeren schaart zij zich bij de zorgverzekeraars
en helpt zij hen om de afbouwmedicatie niet te vergoeden.


De minister stelt in antwoord op vraag drie “Van het Zorginstituut begrijp ik dat de advocaat van VGZ
in aanloop naar de rechtszaak contact heeft opgenomen met het Zorginstituut. Er heeft een
telefoongesprek plaatsgevonden tussen een medewerker van het Zorginstituut en de advocaat van
VGZ. Naar ik begreep is hierbij niet gesproken over betrokkenheid van het Zorginstituut bij de
procedure tussen VGZ en de Vereniging Afbouwmedicatie”.
Er staat vast dat dit onwaar is. Op 5-12-2018 vraagt Karin Siemeling ‘of ZIN contact moet zoeken met
VGZ’. Een dag later weet zij al te vertellen dat Melita van Mersch (advocaat VGZ) het ZIN
waarschijnlijk binnenkort zal benaderen. Er is dus contact geweest vanuit ZIN met VGZ om op die
manier te veinzen dat het initiatief vanuit VGZ gekomen zou zijn.

De verdere zinsnede “ zeker niet als we zelf betrokken zijn bij deze procedure. Dat zal misschien niet een naar buiten toe kenbare betrokkenheid zijn,  maar we hebben natuurlijk wel een belang bij een positieve uitkomst van het kort geding”  laat kraakhelder zien dat ZIN zelf betrokken is bij de
rechtszaak en dit achter de schermen (niet naar buiten toe kenbaar) wil houden.

In het vervolg van de antwoorden probeert de minister een situatie te schetsen waaruit zou blijken
dat de vergelijking met de kindertoeslagaffaire misplaatst is en dat beslissingen omtrent de
vergoeding kunnen worden aangevochten. Deze procedures zijn dusdanig ingericht dat de patiënt
hier nooit winnend uitkomt.
1. De zorgverzekeraar beslist of de medicatie vergoed wordt
 Er staat vast dat de zorgverzekeraars de medicatie niet willen vergoeden en dat zij voor
het afwijzen van vergoeding gesteund worden door ZIN.
2. Indien een zorgverzekeraar blijft volharden in niet vergoeden moet er wederom bij
dezelfde zorgverzekeraar een klacht ingediend worden.
 Wederom is het de zorgverzekeraar die beoordeelt of de medicatie vergoed wordt. Dit
leidt niet tot een andere beoordeling.
3. Indien de formele klacht ook niet tot vergoeding leidt kan men naar de Stichting Klachten
en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ)
 De SKGZ is wettelijk verplicht om het ZIN om advies te vragen over de vergoeding. Dit is
dus dezelfde partij die bij stap 1 (en stap 2) ervoor heeft gezorgd dat de medicatie niet
vergoed wordt. Er is dus geen enkele mogelijkheid om een oordeel zonder ZIN te krijgen en
deze stap is in haar huidige vorm dus op voorhand al bepaald.
4. Indien een patiënt het niet eens is met een uitspraak van SKGZ dan kan de patiënt naar de
civiele rechter.
 Deze kosten zijn zeer hoog (duizenden euro’s) en wegen niet op tegen de vergoeding.
Immers, zodra de rechter besluit dat de medicatie vergoed moet worden dan kan de
zorgverzekeraar in hoger beroep . Zelfs als de zorgverzekeraar dit niet doet dan zijn de
gemaakte kosten (die patiënt nooit terugkrijgt) hoger dan de vergoeding die de
zorgverzekeraar zou moeten betalen. Deze stap leidt dus altijd tot verlies voor patiënt.

Er is zodoende een systeem ingericht waarbij de patiënt altijd veroordeeld is te verliezen. De minister
schermt zodoende met een irreële mogelijkheid om op die manier zijn straatje schoon te vegen.
Daar komt bij dat de tekst“Ik heb geen standpunt ingenomen over de vergoeding van
afbouwmedicatie en dat geldt ook voor het Zorginstituut” incorrect is. De minister heeft op basis van de informatie van Zilveren Kruis de Kamer geïnformeerd (en daarmee een standpunt
ingenomen) om de afbouwmedicatie niet te vergoeden.

Ook het feit dat het Zorginstituut geen standpunt heeft ingenomen is onjuist:
 Het ZIN heeft meegeholpen de afbouwmedicatie niet te vergoeden
 ZIN heeft zich in alle bindende adviezen aan SKGZ uitgesproken tegen vergoeding van
afbouwmedicatie. Een bindend advies is een standpunt.
 ZIN weigert zich formeel uit te spreken over de vergoeding uit het basispakket, terwijl ze wel
stelt dit te doen als er onduidelijkheid bestaat. Er is willens en wetens onthouding van
verantwoordelijkheid. Dit ingegeven door de collaboratie met de zorgverzekeraars.

NB. Zorgverzekeraars DSW en ENO behoren niet tot de genoemde zorgverzekeraars

Apeldoorn, 10 februari 2020

 

 

 

 

 

Vacature e-spreekuur psychosenet

9 feb. 2020

Net als bij de Vereniging Afbouwmedicatie, komen er via het eSpreekuur van psychosenet veel vragen binnen .

We plaatsen hieronder de vacature voor een vrijwilliger bij eSpreekuur.

PsychoseNet is sinds 2015 hét online platform rondom psychose en bereikt jaarlijks circa 2 miljoen mensen. Om de redactie te ondersteunen zijn wij op korte termijn op zoek naar enthousiaste vrijwilligers die het leuk vinden om een bijdrage te leveren aan het up-to-date houden van het eSpreekuur.

Wat is het eSpreekuur

Op het PsychoseNet eSpreekuur kunnen mensen laagdrempelig, gratis en anoniem vragen stellen aan verschillende experts op het gebied van psychose, stemming, medicatie, behandeling en herstel. Het eSpreekuur is een belangrijk en veel bezocht onderdeel van PsychoseNet, waar in de afgelopen jaren al duizenden mensen zijn geholpen met een professioneel en persoonlijk antwoord.

Wie zoeken wij?

We zijn op zoek naar vrijwilligers die zich specifiek willen inzetten binnen het eSpreekuur van PsychoseNet. Wekelijks komen hier 60-80 nieuwe vragen binnen die beoordeeld, geredigeerd en geplaatst moeten worden.

Wij zoeken iemand die:

  • Ruimdenkend is en zich in de visie van PsychoseNet kan vinden;
  • Ervaring met of kennis van psychische kwetsbaarheden en de GGZ heeft (hoeft zich niet te beperken tot psychose)
  • Communicatief vaardig en tekstueel sterk is;
  • Goed met een (eigen) computer/laptop overweg kan;
  • Zijn of haar weg kan vinden op internet en social media;
  • Enthousiast en leergierig is;
  • Zelfstandig vanuit huis kan werken;
  • 4-8 uur per week beschikbaar is, voor minimaal een half jaar;
  • Ouder is dan 18 jaar.

Wat ga je doen?

De door onze ‘PsychoseNet Experts’ beantwoorde vragen binnen het eSpreekuur worden nooit automatisch op de site gepubliceerd. Ze worden stuk-voor-stuk beoordeeld op geschiktheid voor online publicatie en waar nodig geredigeerd. Als vrijwilliger binnen het eSpreekuur help je mee om de instroom van deze reeds beantwoorde vragen te verwerken en op PsychoseNet te publiceren.

Wat bieden we?

  • Waardevol vrijwilligerswerk binnen hét online platform op het gebied van psychose en stemming;
  • Een dynamische, online omgeving waar je veel kunt leren en bij kunt dragen;
  • Training en begeleiding met betrekking tot je werkzaamheden;
  • Werk dat je vanuit huis op je eigen pc/laptop uitvoert;
  • Circa één dagdeel per halfjaar een teambijeenkomst in het UMC Utrecht;
  • Reiskostenvergoeding en een vrijwilligersovereenkomst.

Lijkt het je leuk om als vrijwilliger een bijdrage te leveren aan PsychoseNet eSpreekuur?

Mail dan je motivatie en een korte beschrijving van jezelf naar redactie@psychosenet.nl o.v.v. ‘Vrijwilliger eSpreekuur’. Je ontvangt binnen twee weken een reactie.

Ervaringsdeskundigen in dienst van zorgverzekeraars!

Goed nieuws om iets nuttigs te doen met uw ervaringen!

TWEEDE KAMER WIL DAT ZORGVERZEKERAARS ERVARINGSDESKUNDIGHEID INKOPEN

04-02-2020 in Algemeen

In de contracten voor 2020 hebben zorgverzekeraars nog geen gebruik willen maken van de mogelijkheid om de inzet van ervaringsdeskundigen te bekostigen. Dat moet anders, vindt de Tweede Kamer.

Vandaag nam de Tweede Kamer met brede steun een motie aan om de inzetbaarheid van ervaringsdeskundigen te vergroten. Ervaringsdeskundigen geven een krachtig signaal dat je van een psychische aandoening kunt herstellen en zij spelen een belangrijke rol bij destigmatisering, zo schrijven de ondertekenende Kamerleden Antje Diertens (D66), Kelly Regterschot (VVD), Joba van den Berg (CDA), Léonie Sazias (50PLUS) en Attje Kuiken (PvdA).

Verzekeraars benutten mogelijkheid niet
Vorig jaar creëerde de NZa de ruimte om de inzet van ervaringsdeskundigen in de contractering mogelijk te maken. Ondanks nadrukkelijke verzoeken van ggz-aanbieders hebben zorgverzekeraars daar nog geen gebruik van willen maken. GGZ Nederland had daar onlangs bij de Tweede Kamer melding van gemaakt. De motie roept de regering nu op met zorgverzekeraars in gesprek te gaan, met als doel de inzetbaarheid van ervaringsdeskundigen te vergroten. De staatssecretaris zal ggz-aanbieders daarbij gaan betrekken.

Depresso Cafe in Delft

Een hoopgevend artikel in Medisch Contact van 31 januari 2020.

Een voorbeeld wat navolging verdient!

Oud-huisartsen starten Depresso Café in Delft

1 reactie

Twee gepensioneerde huisartsen uit Delft starten in hun stad een ontmoetingsochtend over depressie in een café van een kunstenaar, die de ochtend Depresso Café heeft gedoopt.

ADVERTENTIE

De gepensioneerde huisartsen Ron Glotzbach en Wim Wierema drinken na hun gezamenlijke fietstochten vaak koffie in het café Uit de kunst van kunstenaar Tijn Noordenbos. Onderwerp is meestal: geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn. Als eerste lichting van de huisartsenkaderopleiding ggz in 2002 hebben ze wat gepionierd op dit gebied. Met het in dienst nemen van hun POH-ggz waren ze een van de eersten in Nederland. Via nascholingen en symposia probeerden ze afgelopen jaren de interesse voor de geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn aan te wakkeren. Ze wilden de Delftse huisdokter sensitiever maken voor onderliggende psychische factoren bij somatische klachten en de kwaliteit van de behandeling binnen de huisartsenpraktijk vergroten.

Aan de koffie ontstond het idee om een inloopcafé te organiseren voor Delftenaren met vragen over bijvoorbeeld depressie. Glotzbach: ‘We willen een plek bieden waar mensen kunnen praten over hun somberheid, depressieve klachten zonder dat er een DSM-diagnose nodig is. Dus een gesprek van mens tot mens en niet van hulpverlener tot patiënt.’ Het streven is ‘laagdrempeligheid’, zegt Glotzbach. ‘Psychische problemen kunnen het gevolg zijn van psychosociale problemen en worden soms te veel gemedicaliseerd, waardoor de focus van de hulp verkeerd is. Ook is er veel schaamte en een gevoel van falen waardoor mensen geen hulp durven vragen.’ Hij hoopt dat mensen zich iets lichter voelen als ze hun verhaal kunnen doen en contact leggen met anderen.

Glotzbach hoort regelmatig dat mensen die voor een psychische aandoening behandeld zijn, zich niet gehoord hebben gevoeld. Hij denkt dat patiënten vaak niet op de juiste plek worden behandeld. ‘De keus tussen een behandeling door de POH-ggz, generalistische basis-ggz of specialistische ggz is niet eenduidig’, zo concludeert hij in zijn werk als supervisor in de huisartsenopleiding. Daarbij ziet Glotzbach dat het voor de POH-ggz die vaak als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige is opgeleid, niet altijd makkelijk is de tweedelijnsbril af te zetten. Dan is een verwijzing naar de tweede lijn bijvoorbeeld eigenlijk niet nodig, maar moet er schuldsanering, huisvesting of relatietherapie komen. De kwaliteit van verwijzen zou toenemen met betere samenwerking tussen huisarts en POH, denkt Glotzbach.

Zowel de uitbatende kunstenaar als oud-huisarts Wim Wierema hebben zelf ervaren wat een depressie is. In een interview met het Algemeen Dagblad zegt Wierema te hopen met het café iets te doen aan ‘de afstand die veel mensen die met problemen rondlopen, voelen tot de geestelijke gezondheidszorg. Dan is het misschien goed om in een veilige omgeving als een café met ernst en humor over je probleem te praten. Een beetje lachen om je eigen treurigheid, en die met een beetje afstand bekijken, dat kan het wat minder zwaar maken.’

Herhaling van onZiNnnige zetten

https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/nieuwsartikel/geschillencommissie-verkeerd-geadviseerd-over-afbouwmedicatie-.htm
In dit artikel staat een hyperlink die leidt naar onderstaande reactie van het Zorginstituut.
  • Michiel Geldof, Medewerker Zorginstituut Nederland, Amsterdam23-01-2020 09:38

    “Verschillende manieren voor afbouw antidepressiva”

    Plotseling stoppen of te snel afbouwen van antidepressiva kan zoals bekend ernstige onttrekkingsverschijnselen geven. Goede begeleiding en geleidelijk afbouwen kan dit voorkomen of hanteerbaar maken. Daar zijn verschillende afbouwstrategieën voor. Een van de technieken, waarbij de dosis in zeer kleine stappen verlaagd wordt, is het gebruik van door een apotheker bereide pillen verpakt in de vorm van zogenaamde taperingstrips.
    De betrokken beroepsgroepen, patiëntenorganisatie en zorgverzekeraars waren het initieel niet eens over de vergoeding van dit soort afbouwstrategieën. Zorgverzekeraars betwijfelden met name of de kleine afbouwstappen, zoals verwerkt in de taperingstrips, over het gehele afbouwtraject wel rationeel zijn.
    Inmiddels hebben de KNMP, NHG, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en patiëntenorganisatie MIND een multidisciplinair document ontwikkeld over de afbouw van antidepressiva (SSRI’s en SNRI’s). De afbouwschema’s zoals gepresenteerd in het multidisciplinair document geven aan welke stapgroottes en onder welke voorwaarden rationeel kunnen zijn. Zo een afbouwschema is eventueel te verpakken in een taperingstrip.
    Daarmee hebben de beroepsgroepen en patiëntenorganisatie samen uitgesproken wat goede zorg is bij het afbouwen van antidepressiva. Zorgverzekeraars ondersteunen de voorgestelde aanpak. Omdat partijen het eens zijn over de vergoeding van afbouwmedicatie is er voor het Zorginstituut geen reden om een standpunt in te nemen over de vergoeding van de afbouw van antidepressiva

  • Even in begrijpelijke taal;
  • Het Zorginstituut geeft  genoemde beroepsgroepen opdracht voor het opstellen van het Multidisciplinaire Document.
  • Die oordelen dat afbouwen maatwerk moet zijn, individueel afgestemd op de patiënt.
  • Ze geven daarbij een VOORBEELD-schema
  • Desgevraagd stellen zij; Dit traject zal vele varianten met zich meebrengen en deze worden om die reden niet verder in detail uitgewerkt.
  • Vervolgens blijft o.a. ZiN verkondigen dat dit VOORBEELD-schema moet dienen als keurslijf
  • Dus; je gaat naar de kleermaker voor een op-maat-gemaakt kostuum, maar hij kan alleen maat 42 leveren, afgestemd op de gemiddelde maat.
  • Een gemiddelde patiënt is een zeldzaamheid

Zorginstituut opnieuw onzorgvuldig bij advisering – oproep om alle eerdere SKGZ uitspraken over afbouwmedicatie te laten intrekken

Oproep aan het Zorginsitituut, 22 januari 2020

Zorginstituut opnieuw onzorgvuldig bij advisering – oproep om alle eerdere SKGZ uitspraken over afbouwmedicatie te laten intrekken

Pauline Dinkelberg, Jim van Os en Peter C. Groot
Pauline Dinkelberg is voorzitter van de Verenging Afbouwmedicatie (pauline@verenigingafbouwmedicatie.nl). Prof. dr. Jim van Os, is Hoogleraar Psychiatrische Epidemiologie, Voorzitter Divisie Hersenen UMC Utrecht Hersencentrum. Dr. Peter C. Groot is als onderzoeker en ervaringsdeskundige verbonden aan User Research Centre NL, Utrecht University UMC.

In een recente uitspraak van de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) over afbouw-medicatie heeft het Zorginstituut (ZIN) opnieuw onzorgvuldig geadviseerd1,2. In een literatuuronderzoek werd door handig formuleren van de zoekopdracht meer dan 98% van alle informatie die moest worden gevonden NIET gevonden. In haar adviesbrief schreef ZIN echter alleen dat ‘Het Zorginstituut een literatuursearch heeft uitgevoerd‘. Hiermee werd gesuggereerd dat alle publicaties waren gevonden die aan de gebruikte zoektermen voldeden. Uit de zoekopdracht — die in een voetnoot stond — blijkt dat dat niet zo was: slechts 3 niet relevante publicaties konden hiermee worden gevonden. Dat er nog 180 andere publicaties waren waarvan een deel wel relevant was — die voor het advies bestudeerd en besproken hadden moeten worden — werd voor SKGZ verborgen gehouden. Wetenschappelijk, procedureel en ethisch moet dit als onzorgvuldig en onjuist worden gekarakteriseerd.

Dat de gekozen beperking arbitrair was en niet duidelijk werd gemeld maakt het waarschijnlijk dat SKGZ bewust op het verkeerde been werd gezet. Dat was niet voor het eerst3. Al in 2016 vroegen we om deze reden aan ZIN om een SKGZ uitspraak te laten intrekken4,5. ZIN gaf aan dat verzoek toen geen gehoor. Een ander verzoek, ook in 2016, aan toenmalig Minister Schippers om het handelen van ZIN te onderzoeken werd door VWS ook niet gehonoreerd6. Per email werd ons meegedeeld dat ZIN tijdens telefonisch contact had gemeld ‘dat het Zorginstituut zich niet herkent in uw veronderstelling dat zij de Minister ‘bewust verkeerd heeft geïnformeerd’’7. Het ‘zichzelf niet in een bepaald beeld herkennen‘ lijkt hiermee voor beleidsbepalende instanties voldoende te zijn om nader onderzoek te voorkomen. Voor gewone burgers werkt deze formulering volgens ons veel minder goed.

In alle SKGZ zaken tot nu toe hechtte de SKGZ commissie geen waarde aan het persoonlijke verhaal van de patiënt of aan het oordeel van de behandelaar. Adviezen van ZIN, dat voor die persoonlijke verhalen en voor het oordeel van de behandelaar ook geen aandacht had, waren in alle gevallen doorslaggevend. Dat leidde er toe dat patiënten, aan wie een behandelaar afbouwmedicatie wilde voorschrijven omdat geoordeeld werd dat dat wenselijk en verstandig was, deze medicatie zelf moeten betalen. Of dat ze moeten kiezen voor afbouwen op een andere, minder verantwoorde wijze, met alle risico’s die dat met zich meebrengt. Al deze patiënten werden, en worden nog steeds, door het onjuiste handelen van ZIN geschaad.

Om dit recht te zetten doen we hierbij een oproep aan ZIN om eindelijk alsnog en zo snel mogelijk aan SKGZ te laten weten dat de eerder door haar gegeven adviezen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat daarom alle eerdere uitspraken dienen te worden ingetrokken. In het verleden was ZIN hiertoe niet bereid, we hopen dat dit nu wel het geval zal zijn.

 

  1. SKGZ klachtenprocedure tegen OHRA Zorgverzekeringen. Zaaknummer 201900669. ‘Farmaceutische zorg, venlafaxine retard, taperingstrips, rationele farmacotherapie’. Zittingsdatum 23 -10-2019; Uitspraak 08-01-2020. Zeist, https://www.kpzv.nl/document/4578b06a-bc80-4b88-93fe-df6a01713f54.
  2. Zorginstituut Nederland, Definitief advies als bedoeld in artikel 114 Zorgverzekeringswe aan SKGZ, Zaaknummer 2019036394; Betreffende SKGZ klachtenprocedure met Zaaknummer 201900669. https://www.kpzv.nl/pdf-open/d82eab34-0c0a-4c7b-9ef5-810ddfdd5b3a.
  3. In het rapport ‘Ontwikkeling en rationaliteit van taperingstrips’ uit 2017 wordt op meerdere plaatsen uitgebreid aandacht besteed aan de gang van zaken bij SKGZ-procedures over taperingstrips. https://www.taperingstrip.nl/wp-content/uploads/docs/Groot_rapp_taperingstrips_tm_26-06-2017.pdf.
  4. Brief Groot/van Os aan ZiNL van 18 oktober 2016: Onderwerp: ZinNL informeert onjuist over taperingstrip. In: ‘ontwikkeling en rationaliteit van taperingstrips’, blz 225. https://www.taperingstrip.nl/wp-content/uploads/docs/Groot_rapp_taperingstrips_tm_26-06-2017.pdf.
  5. Brief Groot/van Os aan ZiNL van 1 december 2016: Onderwerp: Procedure beoordeling taperingstrips. n.a.v. uw brief van 17 nov, referentie 2016132018. https://www.taperingstrip.nl/wp-content/uploads/docs/20161201_GvO_aan_ZiNL.pdf.
  6. Brief Groot/van Os aan minister Schippers. Onderwerp: ‘Taperingmethodiek, Uw brief van 1 sept, kenmerk 995452-153571-GMT’. 9 september 2016. https://www.taperingstrip.nl/wp-content/uploads/docs/20160909_Groot_vOs_aan_VWS_Schippers.pdf.
  7. Email VWS, 19 sept 2016. Onderwerp: ‘RE: uw kenmerk 995452-153571-GMT: Oproep invoering van tapering methodiek bij afbouw medicatie’.

Afbouwmedicatie: Zorginstituut Nederland moet foute adviezen terugtrekken

PERSBERICHT

Apeldoorn, 22 januari 2020

Vereniging Afbouwmediatie logo

Afbouwmedicatie: Zorginstituut Nederland moet foute adviezen terugtrekken

In een openbare oproep eisen de Vereniging Afbouwmedicatie en de wetenschappers Peter C. Groot en Jim van Os dat het Zorginstituut Nederland (ZiN) advisering op het gebied van afbouwmedicatie terugneemt. Volgens de Vereniging zijn de adviezen tot nu toe onzorgvuldig tot stand gekomen en daardoor onjuist.

Voor de patiënten die afbouwmedicatie krijgen voorgeschreven zijn deze adviezen van groot belang. Het advies van het ZiN is namelijk de basis waarop klachten bij Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen worden afgehandeld. Met het onjuiste advies van ZiN aan de Stichting Klachtafhandeling worden de klachten van patiënten over hun zorgverzekeraar onterecht afgewezen, menen de Vereniging Afbouwmedicatie en de wetenschappers Groot en Van Os.

Volgens de wetenschappers gaat die onzorgvuldigheid terug op onvolledig literatuuronderzoek. Peter Groot: “Het ZiN houdt relevante publicaties buiten hun advisering, waardoor de afhandeling niet klopt. Opvallend genoeg zijn de patiënten daarvan de dupe: hun klachten over een zorgverzekeraar worden steeds afgewezen op grond van dit advies.” Als voorbeeld noemt hij een advies over een onderwerp waarover 183 publicaties bestaan. In de onderbouwing van het advies bleek dat het Zorginstituut zich baseerde op maar drie publicaties, die daarnaast nauwelijks relevant waren.

De Vereniging Afbouwmedicatie en de twee wetenschappers doen de oproep aan Zorginstituut Nederland. Tegelijkertijd verschijnt hij in het postvak van de Tweede Kamerleden, met als doel het onzorgvuldige gedrag van het ZiN op de agenda te krijgen van de vaste commissie VWS. De tekst van de oproep is te vinden op verenigingafbouwmedicatie.nl.

Noot voor de redactie:

Wilt u meer weten over de patiëntenvereniging Afbouwmedicatie of over de afbouwmedicatie zelf, raadpleeg Afbouwmedicatie.nl, of neem contact op met:

Bert van den Assem, bestuurslid Vereniging Afbouwmedicatie.
Tel: 06 – 533 899 27
bert@verenigingafbouwmedicatie.nl
www.verenigingafbouwmedicatie.nl